donderdag 19 oktober 2017

Een sfeer van angst…. en niet ten onrechte!

Pastoor Mennen

De heilige Athanasius (+ 373) was in de ariaanse strijd de onvermoeibare voorvechter van het orthodoxe katholieke geloof in de goddelijke natuur van Christus. Dat moest hij als bisschop van Alexandrië  m
aar liefst vijfmaal met ballingschap bekopen. Het arianisme, hoewel veroordeeld op het Concilie van Nicea in 325, was het door het merendeel van de toenmalige Kerk aanvaarde geloof. Maar daarmee werd het nog niet de apostolische waarheid. Uiteindelijk heeft de orthodoxie gewonnen mede door de onbevreesde volharding van bisschop Athanasius.

We leven weer in een tijd waarin de ketterij een groot gedeelte van de Kerk in haar macht heeft. Nu is het de ketterij van het modernisme en meer specifiek van het relativisme en het pastoralisme. In die opvatting is de praktijk van alledag belangrijker dan de leer. Als we leven in een maatschappij waarin 40 % van de huwelijken strandt, dan kun je in de praktijk niet veel met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dan maak je van de onontbindbaarheid een ideaal dat velen niet kunnen halen en voor die velen zoek je een praktische oplossing in de Kerk. Dat laatste noemt men dan tegenwoordig “pastoraal”. Dat je daarmee feitelijk de onontbindbaarheid van het huwelijk die Jezus ons leert, tussenhaakjes zet, wil men uiteraard niet benoemen. Hetzelfde principe wordt ook toegepast op homoseksualiteit, euthanasie, abortus. De leer wordt gehandhaafd maar in de praktijk wordt deze op alle mogelijke manieren “pastoraal” ondergraven. We zien dat bij het zegenen van homoseksuele relaties. Dat moet pastoraal toch kunnen, zegt men, als je het maar geen huwelijk noemt. We hebben dat ook in Den Bosch gezien in het voornemen van de bisschop om de lgtb-gemeenschap op hun actiedag in de kathedraal te zegenen. De leer wordt gehandhaafd maar er worden “pastorale” oplossingen gezocht om de leer te omzeilen.
Een voorbeeld van relativistisch pastoralisme vinden we ook in de oecumene. Als er ergens een groot verschil bestaat in geloofsopvatting tussen katholieken en protestanten, dan betreft dit het ambt en de eucharistie. Protestanten geloven niet in het priesterschap en de volmacht die dit sacrament geeft om, met name in de eucharistie, in de persoon van Christus te handelen. Ze geloven evenmin dat de eucharistie een offer is en ook niet dat brood en wijn substantieel veranderen in het lichaam en bloed van Christus. Er zijn oecumenische groeperingen die deze leer niet ontkennen maar die leer gewoon “pastoraal” negeren “in het verlangen naar eenheid” en de behoefte aan “tafelgemeenschap”. Zij praktiseren de intercommunie en laten daarmee indirect, zonder het te zeggen, de katholieke leer verdampen. Veel oecumene is daarmee relativistisch geworden en een gevaar voor het geloof.

Dit pastoralisme en relativisme is vooral na Vaticanum II de Kerk binnengedrongen waarbij men zich niet rechtstreeks op teksten van het Concilie kon beroepen maar waarbij de alles goedkeurende dooddoener steeds “de geest van het concilie” was en is. (Mgr. Bruno Forte noemt zelfs paus Franciscus de belichaming van de geest van het Concilie). De postconciliaire pausen van Paulus VI tot en met Benedictus XVI hebben zich tegen dit pastoralisme en relativisme verzet. Zij waren een steun voor de trouwe priesters en gelovigen in gebieden met zwakke of liberale bisschoppen: iedereen kon zich beroepen op Rome en op de krachtige Romeinse documenten die trouw het katholieke geloof verdedigden.

Deze tijd is nu (voorlopig) voorbij. De huidige paus Franciscus bevordert in terloopse opmerkingen, geschriften en handelingen het relativistisch pastoralisme. Hij is meer in de praktijk geïnteresseerd dan in de leer. Een icoon daarvan is zijn beleving van Witte Donderdag. In de normale kerkelijke liturgische beleving opent de bisschop op deze dag het heilig Triduüm te midden van zijn gelovigen in zijn kathedraal. En de nadruk in de viering ligt op de instelling van de eucharistie en daarmee samenhangend  de instelling van het priesterschap. In de traditie van de Kerk is de voetwassing een ritueel, dat niet is voorgeschreven en dat pas enkele jaren in de Mis is opgenomen. Eeuwenlang was het een ritueel dat plaats vond tijdens de vespers of in een aparte plechtigheid, waarbij de bisschop de voeten waste van 12 priesters in navolging van Jezus die geen armen de voeten waste maar leerlingen die Hem Meester moesten noemen. De paus begint het Triduüm niet meer in zijn eigen bisdom en  de volledige nadruk van de viering ligt op de voetwassing van armen waaronder islamieten. Zo wordt Witte Donderdag sociaal praktisch gemaakt en worden ongemerkt de andere elementen gerelativeerd. Hierbij kan ook nog opgemerkt worden – en ook dat is misschien een icoon – dat de paus nooit knielt voor de eucharistie maar hij blijkt het wel te kunnen als hij de voeten wast.

Als de kardinalen vijf dubia formuleren en als 60 priesters en academici een correctio filialis schrijven heeft dat alles te maken met het feit dat de paus minstens de schijn wekt (en meer dan dat) dat hij de pastoralistische en relativistische ketterij bevordert, de katholieke waarheid afzwakt en de eenheid in de Kerk bedreigt.

Er is in de kringen rond de paus gezegd dat er “maar zestig” zijn. Afgezien van het feit dat dit geen argument is als het over de waarheid gaat, moet men beseffen dat het tamelijk riskant is voor de orthodoxie uit te komen, ook al doe je dat nog ze op beleefd en met eerbied voor het pausschap. De ballingschap van Athanasius is nog steeds actueel. Kardinaal Burke heeft voor zijn orthodoxie moeten betalen met een verbanning naar “Malta” en nog weer later met het ontnemen van de functies die hij op “Malta” had. Kardinaal Müller, bekwame prefect van de congregatie voor de geloofsleer, wordt met een smoesje op een zijspoor gezet. Ingewijden verwachten dat kardinaal Sarah, de verdediger van de juiste katholieke liturgie, spoedig aan de kant geschoven wordt`. En dichterbij, wat te denken van aartsbisschop Léonard in België die geen kardinaal werd en aan wie ontslag werd verleend op de dag van zijn 75ste verjaardag. Hij was waarschijnlijk te katholiek.
Wil je carrière maken in de Kerk, dan kun je je toch maar het best wat gedeisd houd
en of nog liever Franciscus bejubelen. Kritiek of wat daarnaar zweemt, in theorie of praktijk, kan tot “ballingschap” leiden.
Het voorbeeld van Franciscus leidt al tot navolging. De bisschop van Granada, Mgr. Francisco Martínez Fernández, heeft de bekende katholieke filosoof Josef Seifert ontslagen, alleen omdat hij beleefd aan de paus heeft gevraagd wat hij precies bedoelt in Amoris Laetitia. Seifert wijst er dan op dat pure logica laat zien dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt, als de paus zou bedoelen wat Seifert niet hoopt dat hij bedoelt

Er zijn heel veel mensen die het met de “zestig” eens zijn maar zich om allerlei redenen gedeisd willen houden. Er heerst een sfeer van angst want de “ballingschap” ligt op de loer.
Ik ben nooit zo bang uitgevallen geweest en bovendien ben ik met emeritaat.  De bisschop van Den Bosch zal zeker niet blij zijn met mijn ondertekening van het document: een lid van zijn kapittel, een docent van zijn seminarie…… Ik wacht maar af of er een zuivering komt. Zo ja, dan zal ik mijn “ballingschap” geduldig dragen….. in Vlijmen.

Feest van de heilige Aartsengelen
29 september 2017


Een gebed dat in deze tijd meer dan ooit op zijn plaats is:

Heilige Aartsengel Michaël,
Verdedig ons in de strijd.
Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel.
Wij smeken ootmoedig dat God hem Zijn macht doe gevoelen.
En gij, vorst van de hemelse legerscharen,
drijf Satan en de andere boze geesten,
die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan,
door de goddelijke kracht in de hel terug.
Amen.


Het vagevuur

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 381
Uitg. St. Maria Valtorta
De kerkelijke erkenning van deze geschriften is omstreden

Jezus zegt:

“Ik wil je uitleggen wat het Vagevuur is en wat het inhoudt. Ik zal het je verklaren op een manier die velen zal irriteren, die menen dat ze de bewaarders zijn van de kennis over het hiernamaals, en het niet zijn.

De in de vlammen ondergedompelde zielen lijden alleen door de liefde.

Niet omdat ze het bezit van het Licht niet verdienen, maar omdat ze niet waardig zijn onmiddellijk het Rijk van het Licht binnen te gaan. Zij worden, om zich aan God te presenteren, bekleed met het Licht. Het is een korte gelukzaligheid vooraf, die hen verzekert van hun redding en hen bekend maakt met wat hun eeuwigheid zal zijn, en bewust van wat ze hun ziel hebben misdaan door haar voor jaren te bestelen van de gelukzaligheid God te bezitten. Ondergedompeld dan in de plaats van de zuivering, worden zij ingesloten door de uitboetende vlammen.

Tot zover hebben degenen die over het Vagevuur spreken gelijk. Maar waar ze geen gelijk in hebben, is de wil verschillende namen te gebruiken voor die vlammen.

Ze zijn een liefdesgloed. Zij zuiveren, door de zielen in liefde te ontvlammen. Ze geven de Liefde, omdat ze, als de ziel daarbinnen de liefde heeft bereikt die ze op aarde niet bereikt heeft, bevrijd wordt van de vlammen en zich verenigt met de Liefde in de Hemel.

Dat lijkt je een andere leer dan de bekende, nietwaar? Maar denk na.

Wat wil de Ene en Drie-Ene God voor de zielen die Hij heeft geschapen? Het goede.

Welke gevoelens heeft Degene Die het goede voor een schepsel wil, voor dat schepsel? Gevoelens van liefde.

Wat is het eerste en tweede gebod, de twee belangrijkste geboden die Ik jullie heb gegeven en waarvan Ik heb gezegd dat ze de grootste zijn en dat daarin de sleutel ligt om het eeuwige Leven te bereiken? Het is het gebod van de liefde: 'Bemin God met al je krachten en bemin je naaste als jezelf.'
Wat heb ik jullie eindeloos vele malen gezegd door Mijn mond en de mond van de profeten en heiligen? Dat de Naastenliefde de hoogste vorm van absolutie is. De Naastenliefde delgt de schuld en de zwakheden van de mens, want wie bemint leeft in God, en wie in God leeft zondigt weinig, en als hij zondigt heeft hij onmiddellijk berouw, en wie berouw heeft, verkrijgt vergeving van de Allerhoogste.

Waarin zijn de zielen tekortgeschoten? In de Liefde. Als ze veel zouden hebben bemind, zouden ze weinig en lichte zonden hebben begaan, verbonden met jullie zwakheid en onvolmaaktheid. Maar ze zouden nooit de bewuste hardnekkigheid, ook in de vergeeflijke zonden, hebben bereikt. Ze zouden hebben geleerd hun Liefde niet te bedroeven, en de Liefde zou hen, bij het zien van hun goede wil, ook de vergeeflijke zonden hebben vergeven.

Hoe geeft men herstel voor een zonde, ook op aarde? Door haar uit te boeten en, zodra men kan door het middel waarmee men de zonde heeft begaan. Wie schade heeft berokkend, moet teruggeven wat hij met aanmatiging heeft genomen. Wie gelasterd heeft, moet die terugnemen, enz.

Nu, als de armzalige gerechtigheid dat wil, zal dan de heilige Gerechtigheid van God dat niet willen? En welk middel zal God gebruiken om herstel te verkrijgen? Zichzelf, dat wil zeggen de Liefde, en door liefde te verlangen.

Die God, Die jullie hebben beledigd en Die jullie vaderlijk bemint, Die Zich wil verenigen met Zijn schepselen, brengt jullie tot het verkrijgen van die vereniging door Zichzelf.

Alles draait om de Liefde, Maria, behalve voor de echte 'doden': de verdoemden. Voor die 'doden' is ook de Liefde dood. Maar voor de drie rijken – het zwaarste: de Aarde; vervolgens het rijk waarin het gewicht van de materie is afgeschaft, maar niet van de ziel, die belast is met de zonde: het Vagevuur; en tenslotte het Rijk waarvan de bewoners hun geestelijke natuur met de Vader gemeen hebben, die hen vrijmaakt van elke last – is de Liefde de motor. Het is door op aarde te beminnen dat jullie werken voor de Hemel. Het is door te beminnen in het Vagevuur dat jullie de Hemel veroveren, die jullie in het leven niet hebben weten te verdienen. Het is door het beminnen in het Paradijs dat jullie de Hemel genieten.

Als een ziel in het Vagevuur is, doet ze niets dan beminnen, nadenken, berouw hebben in het licht van de Liefde, die voor haar die vlammen heeft ontstoken, die al God zijn, maar die God voor haar verbergen tot haar bestraffing.

Dat is de kwelling. De ziel herinnert zich het visioen van God, dat ze had bij het persoonlijk oordeel. Ze draagt die herinnering met zich mee, en omdat het vluchtig zien van God al een vreugde is die al het geschapene overtreft, verlangt de ziel er vurig naar die vreugde opnieuw te genieten. Die herinnering aan God, en die straal van licht die haar heeft bekleed bij haar verschijnen voor God, maken dat de ziel de fouten, die ze heeft begaan tegen haar Weldoener, in hun ware aard 'ziet', en dat 'zien', samen met de gedachte dat het haar door die fouten verboden is de Hemel te bezitten en de vereniging met God voor jaren of eeuwen, vormt haar lijden in het Vagevuur.

De liefde en de zekerheid de Liefde te hebben gekwetst, is de kwelling van de zielen in het Vagevuur. Naarmate een ziel in het leven meer is tekortgeschoten, des te meer is het alsof ze verblind is door geestelijke staar, die het kennen en bereiken van het volmaakte, liefdevolle berouw moeilijker maakt, de eerste factor van haar reiniging en voor het binnengaan in het Rijk van God. De liefde is neergedrukt in haar leven en traag gemaakt, naarmate een ziel haar heeft onderdrukt door de zonde. Terwijl zij zich door de kracht van de liefde reinigt, wordt haar verrijzenis tot de Liefde versneld, met als gevolg haar verovering van de Liefde, die volkomen wordt op het moment waarin zij, na het beëindigen van de boetedoening, de volmaaktheid van de liefde heeft bereikt en wordt toegelaten in de stad van God.

Men moet veel bidden, opdat deze zielen, die lijden om de Vreugde te bereiken, snel zijn in het bereiken van de volmaakte liefde, die hen vrijspreekt en met Mij verenigt. Jullie gebeden, jullie voorspraak, zijn evenzovele vermeerderingen van liefdesvuur. Ze vermeerderen de gloed. Maar – oh! Zalige kwelling – ze vermeerderen ook het vermogen om te beminnen. Ze versnellen het proces van zuivering. Ze verheffen de in dat vuur ondergedompelde zielen tot een steeds hogere graad. Ze brengen hen op de drempel van het Licht. Ze openen de deuren van het Licht, en tenslotte introduceren ze de ziel in de Hemel.

Aan al deze werken, te danken aan jullie naastenliefde voor hen die jullie zijn voorgegaan naar het tweede leven, beantwoordt een sprong van naastenliefde voor jullie: de Naastenliefde van God, Die jullie bedankt voor de zorg van Zijn boetedoenende kinderen, naastenliefde van de boetenden, die jullie bedanken voor jullie moeite om hen in de vreugde van God te brengen.
Nooit beminnen jullie dierbaren jullie meer dan na de dood op aarde, want hun liefde is nu vervuld van het Licht van God, en door dat Licht begrijpen zij hoe jullie hen beminnen en hoe zij jullie hadden moeten beminnen.

Ze kunnen niet langer woorden tegen jullie zeggen, die om vergeving vragen en liefde schenken. Maar zij zeggen ze tegen Mij voor jullie, en Ik breng ze jullie, deze woorden van jullie overledenen, die jullie nu weten te zien en te beminnen zoals het moet. Ik breng ze bij jullie, samen met hun bede om liefde en hun zegen. Al geldig vanuit het Vagevuur, want ze is al doordrongen van de ontvlamde Naastenliefde, die hen brandt en zuivert. Volmaakt geldig, later, vanaf het moment waarin zij, bevrijd, jullie tegemoetkomen op de drempel van het Leven of zich met jullie herenigen in dat Leven, als jullie hen al zijn voorgegaan in het Rijk van Liefde.

Vertrouw op Mij, Maria. Ik werk voor jou en je dierbaren. Troost je geest. Ik kom om je de vreugde te geven. Vertrouw op Mij.”

Moedige pastoor gaat met emeritaat

De druk vanuit de parochie, maar vooral het ontbreken van steun van de bisschop is deze pastoor nu fataal geworden en daarom gaat hij met emeritaat. In de Telegraaf staat dat het beleid van bisschop Gerard de Korte aanleiding is voor zijn vertrek. De bisschop laat steeds meer woord- en communiediensten toe en dat gaat volgens hem ten koste van de eucharistieviering. Ook wil de bisschop dat priesters afscheidsdiensten leiden in crematoria waardoor de kerk overbodig wordt, aldus de pastoor. Tevens heeft het handelen en de ingenomen stelling van de bisschop in het conflict in zijn parochie bijgedragen aan zijn keuze om te stoppen, schrijft hij.



zondag 15 oktober 2017

De wereldwijde impact en betekenis van de Correctio filialis

Roberto de Mattei
27 september 2017

De “kinderlijke correctie”1.  gericht tot paus Franciscus door meer dan 60 priesters en academici van de Kerk, heeft over heel de wereld een buitengewone impact gehad. Er waren genoeg mensen die het initiatief probeerde te minimaliseren en verklaarden dat het aantal ondertekenaars “beperkt en marginaal” was. Maar toch als het initiatief van geen betekenis is, hoe verklaar je dan de ruime weerslag die het heeft gehad in de media op alle vijf de continenten, inclusief landen als Rusland en China? Steve Skojec meldt op Onepeterfive dat onderzoek op Good News meer dan 5000 nieuwsartikelen opleverde terwijl er meer dan 100.000 bezoeken waren aan de site www.correctiofilialis.org in een tijdspanne van 48 uur. Adhesie op deze site is nog steeds mogelijk, zelfs al worden slechts enkele handtekeningen zichtbaar gemaakt. Het is cruciaal te erkennen dat er maar een enkele reden voor deze wereldwijde weerklank is: de waarheid kan verzwegen of onderdrukt worden maar wanneer ze in alle helderheid wordt bekend gemaakt, heeft ze haar eigen innerlijke kracht en heeft ze het in zich zichzelf te verspreiden. De belangrijkste vijand van de waarheid is niet de dwaling maar de dubbelzinnigheid. De oorzaak van de verspreiding van dwalingen en ketterijen in de Kerk is niet te wijten aan de kracht van deze dwalingen maar aan het schuldige zwijgen van hen die openlijk de waarheid van het evangelie zouden moeten verkondigen.

De waarheid, die door de “kinderlijke correctie” naar voren wordt gebracht, is dat paus Franciscus in een lange rij van woorden, daden en weglatingen “direct of indirect (bewust of niet, we weten het niet, noch willen we hem veroordelen)" tenminste “zeven foutieve en ketterse stellingen heeft ondersteund en in de Kerk heeft verbreid via zijn openbare ambt en ook door zijn private handelingen.” De ondertekenaars dringen er eerbiedig op aan dat de paus “deze stellingen publiek veroordeelt en aldus de opdracht van onze Heer Jezus Christus uitvoert, die Hij aan Petrus gegeven heeft en door hem aan al diens opvolgers tot het einde van de tijd: “Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt: en gij op uw beurt, tot inkeer gekomen, versterk uw broeders”.

Er is nog geen antwoord op de correctie gekomen; slechts lompe pogingen om de ondertekenaars in discrediet te brengen en te disqualificeren, met name gericht op de meeste bekende zoals de voormalige president van de Vaticaanse Bank, Ettore Gotti Tedeschi. In werkelijkheid hebben de auteurs van de Correctio, zoals Gotti Tedeschi zelf in een interview met Marco Tosatti op 24 september, gezegd te handelen uit liefde voor de Kerk en het pausdom. Gotti Tedeschi en een andere bekende ondertekenaar, de Duitser schrijver, Martin Mosebach, ontvingen afgelopen 14 september in het Angelicum applaus van een publiek van meer dan 400 priesters en leken waaronder drie kardinalen en verschillende bisschoppen bij gelegenheid van een congres ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het Motu Proprio Summorum Pontificum.

Twee andere ondertekenaars, de professoren Claudio Pierantoni en Anna Sila, gaven uiting aan dezelfde ideeën als in de Correctie op de bijeenkomst rond het thema “Let’s clarify”, georganiseerd op 23 april van dit jaar door de Nuova Bussola Quotidiana, gesteund door andere prelaten onder wie wijlen kardinaal Carlo Caffarra. Veel andere ondertekenaars van het document bezetten belangrijke posities in kerkelijke instellingen of hebben die bezet. Weer anderen zijn gerenommeerde universiteitsprofessoren. Als de auteurs van de Correctio geïsoleerd stonden in de katholieke wereld, dan zou hun document niet de weerklank hebben gevonden die het heeft gehad.

Een “Filial appeal” aan paus Franciscus in 2015 werd getekend door rond de 900.000 mensen van over heel de wereld en “Een verklaring van trouw aan de onveranderlijke leer van de Kerk over het huwelijk” in 2015 gepresenteerd door 80 katholieke persoonlijkheden, kreeg 35.000 handtekeningen. Een jaar geleden formuleerden vier kardinalen hun Dubiaover de Exhortatie Amoris Laetitia. Ondertussen ondergraven schandalen van economische en morele aard het pontificaat van paus Franciscus. De Amerikaanse Vaticanist, John Allen, met zeker geen neiging tot tradionalisme, onthulde op Crux op 25 september hoe moeilijk zijn positie dezer dagen is geworden.

Onder de meeste belachelijke beschuldigingen die aan het adres van de ondertekenaars zijn geuit is, dat zij “Lefebvisten” zouden zijn omdat bisschop Bernard Fellay, de overste van de Broederschap St. Pius X, heeft getekend. De adhesie van Mgr. Fellay aan een document van dit soort is een historische daad die zonder een zweem van twijfel de positie van broederschap duidelijk maakt met betrekking tot dit pontificaat. Echter “Lefebvisme” is een manier van spreken die voor de progressieven dezelfde rol vervult als het woord “fascisme” bij de communisten in de jaren zeventig: breng de tegenstander in diskrediet zonder de redenen te hoeven bedicsussiëren. De aanwezigheid van Mgr. Fellay is bovendien geruststellend voor al de ondertekenaars van de Correctio. Hoe kan de paus hen hetzelfde begrip en dezelfde welwillendheid weigeren die hij de laaste twee jaar toonde richting de broederschap van de H. Pius X?

De aartsbisschop van Chieti, Bruno Forte, vroeger speciale secretaris van de Bisschoppensynode over het Gezin, verklaarde dat de Correctio staat voor “een bevooroordeeld standpunt dat niet open staat voor de geest van het Tweede Vaticaanse Concilie die paus Franciscus opeen geweldige manier handen en voeten geeft (letterlijk: incarneert)” ( Avvenire, 26 september 2015). De geest van Vaticanum II, handen voeten gegeven door paus Franciscus, schrijft op zijn beurt Mgr. Lorizio in dezelfde krant van de Italiaanse bisschoppen, bestaat in het primaat van de pastoraal over de theologie; met andere woorden in het ondergeschikt maken van de natuurwet aan de levenservaring, omdat, zoals hij uitlegt “de pastoraal de theologie omvat en insluit” en niet omgekeerd. Mgr. Lorizio doceert theologie aan dezelfde faculteit van de Lateraanse Universiteit waarvan de vroegere deken Mgr. Brunero Gherradini was, die stierf op 22 september, aan de vooravond van de Correctio die hij niet meer kon tekenen vanwege zijn kritieke gezondheidstoestand.

Deze grote exponent van de Romeinse Theologische School toonde in zijn meest recente boeken aan in welke deplorabele toestand we zijn aangeland door het primaat van de pastoraal, verkondigd op Vaticanum II en gepropageerd door ultra-progressieve uitleggers ervan onder wie de genoemde Forte en de middelmatige theoloog Massimo Faggioli, samen met Alberto Melloni  die zich allemaal onderscheiden door hun flinterdunne aanvallen op de Correctio.

Mgr. Forte voegde er in Avvenire aan toe dat het document een handeling is die niet gedeeld kan worden door “hen die trouw zijn aan de opvolger van Petrus in wie zijn de herder erkennen die de Heer aan de Kerk gegeven heeft als de gids voor de universele gemeenschap. De trouw is altijd gericht op de levende God, die tot de Kerk spreekt door de paus.”

Nu zijn we gekomen tot het punt dat paus Franciscus wordt gedefinieerd als een “levende God”, waarbij vergeten wordt dat de Kerk op Christus is gefundeerd voor wie de paus de vertegenwoordiger is op aarde, niet de goddelijke eigenaar. Zoals Antonio Socci heel juist geschreven heeft, de paus is geen “tweede Jezus” (Libero, 24 september 2017) maar de 266ste opvolger van Petrus. Zijn opdracht is niet het veranderen of “verbeteren” van de woorden van onze Heer maar ze behoeden en doorgeven op de meeste getrouwe wijze. Als dat niet gebeurt, hebben katholieken de plicht hem  op een kinderlijke wijze terecht te wijzen naar het voorbeeld van St.-Paulus tegenover de prins van de apostelen, Petrus (Gal. 2, 11).

Tenslotte, er zijn er die verbaasd zijn dat de kardinalen Walter Brandmüller en Raymond Leo Burke het document niet getekend hebben. Zij vergeten daarbij, zoals Rorate Caeli benadrukt heeft, dat de Correctie van de Zestig van een zuiver theologische aard is, terwijl die van de kardinalen, als zij komt, meer gezag en en belang zal hebben, ook op canonieke niveau. De correctie van een naaste, voorzien in het evangelie en in het huidige canonieke recht, in canon 212, § 3, kan verschillende vormen aannemen. “Het principe van de broederlijke terechtwijzing binnen de Kerk – verklaarde Mgr. Athanasius Schneider in een recent interview tegenover Maike Hickson – is altijd geldig geweest, zelfs tegenover de paus en daarom is het ook geldig in onze tijd. Ongelukkigerwijs wordt iedereen die de waarheid durft te spreken – zelfs al doe hij dat met respect tegenover de herders van de Kerk – aangemerkt als een vijand van de eenheid, zoals het gebeurde bij St.-Paulus, toen hij verklaarde: “Ben ik dan uw vijand geworden omdat ik u de waarheid zeg?” (Gal. 4, 16)


1. "Filialis" is een woord dat in het Nederlands moeilijk te vertalen is. Letterlijk is het "kinderlijk" maar dat klinkt in het Nederlands al gauw als "kinderachtig". De bedoeling is "als kinderen tegenover hun vader".

zaterdag 14 oktober 2017

Correctio filialis. Waarom?

Alle eeuwen door is de voornaamste bekommernis van de Kerk het verkondigen en beschermen van de waarheid geweest. En dan gaat het over de waarheid die God ons geopenbaard heeft via zijn woord en vooral via zijn mens geworden woord Jezus Christus maar ook via zijn schepping die ook een vindplaats is van geopenbaarde waarheid. Vanuit die geopenbaarde waarheid wordt richting gegeven aan ons handelen. Hoe belangrijk het handelen voor een christen ook is, het handelen is secundair. Op de eerste plaats komt de waarheid, de rechte leer, de orthodoxie. Pas vanuit de waarheid die men aanneemt en gelooft, kan men juist handelen.

De volle waarheid van de openbaring is de tijden door telkens weer op andere punten aangevallen. We noemen dat ketterij. Meestal is die ketterij een versimpeling van de geloofswaarheid. Bij de eerste grote wereldwijde crisis in de Kerk, rond het jaar 300, versimpelde men de waarheid rond Christus. De mysterievolle waarheid dat Christus God en mens tegelijk is, werd versimpeld door van Christus slechts een heel bijzondere mens te maken en Hem alleen bij wijze van spreken Zoon van God te noemen. Deze Ariaanse crisis werd op het Concilie van Nicea in 325 bezworen door de plechtige verklaring dat de Kerk altijd geloofd had dat Christus werkelijk God en werkelijk mens was. Dat betekende niet dat de ketterij zweeg. Onder invloed van machtige heersers bleef de ketterij nog lange tijd heersen maar uiteindelijk week ze voor de orthodoxie. Een tweede grote crisis, met name in de Westerse Kerk, was de reformatie in de 16de eeuw. Hier werd de waarheid rond de vrije wil, rond genade en goede werken, rond algemeen en bijzonder priesterschap, rond schrift en traditie, rond het offerkarakter van de Mis en de werkelijke tegenwoordigheid ernstig versimpeld. Het is het Concilie van Trente dat hierop het katholieke antwoord geeft en de echte hervorming van de Kerk gestalte geeft. Maar de ketterij blijft tot nu toe parallel bestaan in ontelbare protestantse denominaties.

In onze tijd wordt de katholieke waarheid opnieuw belaagd. We kunnen die aanval gemakshalve vatten onder de noemer “modernisme”. Het modernisme komt voor uit de Verlichting, een stroming uit de 18de eeuw, die alle nadruk legt op de menselijke rede. Men gelooft niet in het bovennatuurlijke, niet in Gods ingrijpen in de wereld, niet in wonderen etc. Deze stroming heeft vooral in de protestantse theologie in de 19de eeuw vrij spel gekregen. In de katholieke Kerk hebben de pausen tot en met Pius XII er een dam tegen weten op te werpen. Men waarschuwde tegen de afzonderlijke dwalingen en nam maatregelen tegen theologen die deze dwalingen verspreidden. Die dam tegen het modernisme werd geslecht in de jaren 60 van de vorige eeuw in en rond het Concilie dat een venster naar de moderne wereld opende; een venster waardoor volgens paus Paulus VI de rook van Satan zelf de Kerk binnendrong. Sindsdien is er in de Kerk een klimaat dat het modernisme eerder begunstigt dan bestrijdt.

Ik wil uit heel die ontwikkeling een belangrijk aspect uitkiezen. En dat wordt wel de “anthropologische Wende” genoemd die zich in de jaren zestig voltrokken heeft: niet meer God staat in het middelpunt van alles maar de mens. Dat uit zich in talloze dingen die wij ongemerkt aanvaard hebben maar die eigenlijk niet zo katholiek zijn. De meeste mensen zeggen: “de naastenliefde is het belangrijkste in het leven”, en denken dat dit ook zo is. Ze vinden vaak dat je eredienst en gebed wel achterwege kunt laten, als je maar van je naaste houdt. In feite zegt Jezus echter dat het eerste gebod de liefde tot God is en pas het tweede – zij het gelijk aan het eerste – de naastenliefde. In de liturgie stonden vroeger priester en volk tezamen op God gericht in gebed en offer. Nu staat de priester naar het volk en het volk naar de priester gekeerd. Kardinaal Ratzinger heeft ervoor gewaarschuwd dat de eucharistie zo gemakkelijk van eredienst verwordt tot een gemeenschappelijk onderonsje. In het verleden was het beste voor God, nu zijn soms de materialen in de eredienst minderwaardig omdat het zogenaamd beter is het geld aan de armen te geven. Het meest duidelijke komt het mensgerichte in de liturgie tot uiting in de talloze misbruiken die in de vernieuwde liturgie zijn ontstaan. Ook het gemakkelijk vervangen van de eucharistie die de volmaakte eredienst aan God is door een communiedienst is een teken van de mensgerichtheid.

Het meest duidelijke komt het antropocentrische tot uitdrukking in de pastoraal. Eigenlijk is het woord “pastoraal” (herderlijk) de manier waarop de gelovigen begeleid worden naar hun eeuwig heil. Pastoraal hield dus rekening met Gods geboden want zonder het nauwkeurig onderhouden van Gods geboden kun je niet zalig worden. Pastoraal wees op de hulpmiddelen van gebed en sacramenten en probeerde in gecompliceerde situaties een weg te wijzen die recht doet aan de wil van God. Nu lijkt het woord “pastoraal” vooral te kijken naar de behoefte van de mens. Het woord dient er vaak voor om de eisen van de geboden af te zwakken en om gelovigen onder alle omstandigheden toch een leuk leven of minstens hun zin  te geven. De woorden “kruis, offer, versterving, straf en oordeel” zijn “pastoraal” gezien taboe. De moderne “pastores” gebruiken alleen woorden als “empathie, liefde, geborgenheid, hoop, vertrouwen, onvermogen”.

De pausen sinds Vaticanum II hebben via hun geschriften en toespraken die bestaande eenzijdigheid in grote delen van de Kerk proberen recht te trekken door de volle, vaak veeleisende waarheid te verkondigen. Dat is ook hun taak als paus. Zij dienen bewakers te zijn van de katholieke traditie en op te treden tegen ketterse eenzijdigheden en simplificaties. Een grote groep theologen, bisschoppen, priesters en leken zagen dit met lede ogen aan en hoopten op een ander, meer “pastoraal” geluid uit Rome. Zoals gebleken is, lieten sommigen het niet bij hopen alleen. Er was een groep kardinalen die aan het eind van het pontificaat van paus Johannes Paulus II regelmatig samenkwam om te bespreken hoe men een voorzetten van die lijn zou kunnen verhinderen. Deze “Maffia” van kardinalen zoals kardinaal Danneels deze groep noemde, slaagde er bij de eerste pauskeuze niet in Bergoglio op wie men zijn vertrouwen gesteld had, gekozen te krijgen. Het is waarschijnlijk ook deze groep (onder leiding van wijlen kardinaal Martini sj)  die er bij Benedictus XVI op aangedrongen heeft afstand te doen. In het conclaaf dat erop volgde is het wel gelukt Bergoglio in het pauselijk zadel te helpen.

Het gevolg is echter dat de paus, die het zichtbare principe van eenheid moet zijn, nu de oorzaak is geworden van een grote verdeeldheid. Hij heeft niet alleen een manier van optreden die sommigen verfrissend en anderen lomp vinden. Dat is nog tot daaraan toe. Maar hij lijkt op leerstellig terrein in te gaan tegen de constante katholieke traditie, of minstens opvattingen die er tegenin gaan te ondersteunen.  Sommigen zeggen: de paus heeft daartoe toch het recht. Hij is toch het hoofd van de Kerk. Maar de paus heeft dat recht niet. Hij is geen baas van de waarheid, hij is dienaar van de waarheid. Hij is slechts hoofd van de Kerk in eenheid met de Kerk van alle eeuwen. Daarom hebben pausen in hun geschriften altijd sterk geleund op de theologen uit de Congregatie voor Geloofsleer. Zij bewaakten de continuïteit en de orthodoxie van de pauselijke geschriften. En dat is vooral nodig als de paus zelf geen groot theoloog is. Paus Franciscus is geen theoloog maar hij maakte ook geen gebruik van de Congregatie voor de geloofsleer of ging voorbij aan al hun opmerkingen. Hij vertrouwt volledig op een middelmatig Argentijns theoloog, Victor Manuel Fernandez, die vooral aan het theologisch firmament schittert met het meesterwerk: “Genees me met de mond. De Kunst van het kussen.”

Met name in de exhortatie Amoris Laetitia staan dingen die lijken in te gaan tegen de constante leer van de Kerk. De befaamde Oostenrijkse theoloog Josef Seifert heeft zelfs in een artikel gesteld dat er een atoombom onder heel de katholieke moraal ligt als de paus onderschrijft wat men uit Amoris Laetitia kan lezen. Maar de paus uit zich niet rechtstreeks. Hij wil alleen de bijv. hertrouwd gescheidenen pastoraal in staat stellen weer volledig aan het leven de Kerk deel te nemen via biecht en communie. Volgens de traditionele leer van de Kerk mag dat alleen als men een einde maakt aan de overspelige relatie of, indien dat niet kan bijv. vanwege kinderen, als men leeft als broer en zus. De paus lijkt dat laatste niet zo’n gelukkig idee te vinden en hij geeft de indruk dat echtbreuk (zo noemt Jezus een tweede huwelijk) weliswaar zonde is maar toch steeds minder zonde wordt als het langer duurt en de mensen het goed bedoelen en dan zouden ze misschien wel te communie mogen. Althans dat leiden de Duitse, de Argentijnse en de Maltese bisschoppen uit exhortatie af en paus knikt goedkeurend. De Poolse bisschoppen en veel Amerikaanse bisschoppen zeggen dat het niet mag. Ziehier de verdeeldheid.

Geruime tijd geleden zijn er al vier kardinalen geweest die rond deze kwestie vijf vragen (dubia) aan de paus hebben voorgelegd met het verzoek hieromtrent helderheid te verschaffen. Ze hebben dat zeer eerbiedig en nederig gedaan. Maar de paus heeft niet geantwoord. Hij heeft hen zelfs een audiëntie geweigerd. Ook de claqueurs rond de paus zijn niet met antwoorden of argumenten gekomen, alleen met zeer onterechte sneren naar de persoon van de kardinalen die allen een lange staat van dienst in de Kerk hebben.

Nu is een uitgebreid stuk naar de paus gegaan vanuit een wereldwijde groep van katholieke geleerden en clerici waarin opnieuw wordt gevraagd om duidelijkheid. Ook nu heeft de paus totaal niet gereageerd en daarom is men in de publiciteit gegaan. Het stuk heet een “filialis correctio”. Dit is naar analogie van het evangelische “correctio fraterna”, de broederlijke terechtwijzing waartoe Jezus oproept. Dit is dan een kinderlijke terechtwijzing omdat iedereen kan zien dat de manier waarop de paus schrijft en handelt schade toebrengt aan de eenheid van de Kerk en dat hij ketterijen bevordert. Er staat nergens dat de paus ketters is maar wel dat hij ketterijen bevordert en die ketterijen worden dan opgesomd en er wordt  hem gevraagd deze ketterijen uitdrukkelijk te verwerpen. Het is een zeer gedegen en doorwrocht stuk met talloze verwijzingen naar kerkvaders en concilies.

We hopen dat de paus adequaat op dit stuk zal reageren. Want hoewel de paus in de Kerk grote bevoegdheden heeft, kan de Kerk niet lijdzaam toezien hoe een paus grote schade toebrengt aan de waarheid en de eenheid van de Kerk.

Het is overigens zeer merkwaardig dat een paus die zijn mond vol heeft over synodaliteit en dialoog, barmhartigheid en pastorale openheid, zich totaal afsluit voor mensen die het goed met hem en met de Kerk voorhebben, zelfs niet met hen wil praten en zich hooguit zich via derden snerend over hen uitlaat. Ik heb ik een eerder stuk opgeroepen te bidden voor de bekering van de paus. Velen vonden dat aanmatigend. Ik durf het in het licht van zijn gedrag opnieuw te vragen.

HH Cosmas en Damianus
26 september 2018

C. Mennen pr


De ketterijen waartoe de paus aanleiding geeft en die hij dient te herroepen

(ik geef hieronder de 7 ketterijen uit de Correctio filialis)

1. Een gedoopt iemand heeft niet de kracht met Gods genade de objectieve eisen van de Wet van God te vervullen alsof sommige van Gods geboden voor gedoopten onmogelijk zijn.  (ingekort)

2. Christenen die burgerlijk gescheiden zijn van een echtgeno(o)te met wie ze geldig getrouwd zijn en die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten met een ander terwijl hun echtgeno(o)te nog leeft en die als man en vrouw met hun burgerlijke partner leven, en die ervoor kiezen in deze toestand te blijven met volle kennis van de aard van hun daad en met volle instemming van de wil,  zijn niet noodzakelijk in staat van doodzonde en kunnen heiligmakende genade ontvangen en groeien in liefde.

3. Een christengelovige kan volledige kennis hebben van een goddelijke wet en vrijwillig kiezen die wet te overtreden in een ernstige zaak, maar toch niet in staat van doodzonde zijn als gevolg van deze daad.

4. Iemand is in staat, terwijl hij gehoorzaamt aan een goddelijk verbod, te zondigen tegen God juist door die daad van gehoorzaamheid.

5. Het geweten kan naar waarheid en terecht oordelen dat de seksuele daden tussen personen die met elkaar een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, hoewel één van hen of beiden sacramenteel gehuwd is met iemand anders, soms moreel juist kunnen zijn of zelfs door God gewild.

6. Morele principes en morele waarheden die vervat zijn in de goddelijke openbaring en in de natuurwet bevatten geen negatieve verboden die een bepaald soort daden absoluut verbieden, zodat deze altijd ernstig ongeoorloofd zouden zijn vanwege hun object.

7. Onze Heer Jezus Christus wil dat de Kerk haar oeroude discipline opgeeft om de eucharistie te weigeren aan hertrouwd gescheidenen en om de absolutie te weigeren aan  hertrouwd gescheidenen die geen berouw tonen over hun levensstaat en geen vast voornemen hebben om die levensstaat te verbeteren.


donderdag 12 oktober 2017

Silent Bible Revolution in the Vatican

Jerome’s Vulgate rejected by Rome after 1600 years 

Rome – For more than a thousand years the Vulgate was the ‘authorized version’ of Western Christianity. Not anymore.Vatican II initiated a silent revolution which has now replaced the ancient Vulgate with a new translation. nova vulgataThis new official Bible is no longer based on Latin manuscripts and lacks any historic worship tradition in the Church. This Nova Vulgata, as it is presented on the Vatican’s website, is a verse by verse reconstruction of what modernist scholars think the original Hebrew and Greek texts must have looked like.

Is the Pope Catholic?
The Pope was Catholic and the Vulgate was the Bible of the Western Church.  For centuries these were truths that were considered too ridiculous to question. In today’s context, rightly or wrongly, ‘Is the Pope Catholic?’ has taken on a new meaning, but for the Vulgate the situation is worse.
170px-Card._Jorge_Bergoglio_SJ,_2008
Pope Francis
Jerome’s monumental translation has officially lost its status and has been replaced by a product of critical scholarship. When one searches for the ‘Vulgate’ on the Vatican’s website, the only results that come up are links to this new translation Nova Vulgata. Even Google directs it clients, also those who specifically look for the ‘Clementine Vulgate’ to the Vatican’s new Bible.
While the name suggests continuity, this Nova Vulgata is not a new or improved Vulgate edition. It is not even based on Vulgate manuscripts. Instead, the Nova Vulgata is a new translation into Latin. It is only presented as ‘New Vulgate’ because the Vatican has adopted it as the new authorized standard for Church and academia alike. As will be addressed later, both Catholics and scholars have reasons to revolt. In matters of sacred liturgy, secular reason and faith traditions often prove incompatible. Lees hier verder............

woensdag 11 oktober 2017

Brief van Pastoor Richard Cipolla aan Paus Franciscus

15 september 2017 

Beste paus Franciscus,

Ik schrijf u deze brief met een bezwaard gemoed, vol zorg over de Kerk en over u als de opvolger van Petrus. Wij katholieken zijn geroepen van u te houden en u te steunen in uw moeilijk dienstwerk in de Kerk. En dat doen we. Maar velen van ons zijn bezorgd dat u onvoldoende besef hebt van de toestand van de Kerk in de wereld van vandaag. U lijkt soms willekeurig te handelen in belangrijke zaken  zoals het liturgische leven van de Kerk en in de moraal op een manier die de indruk geeft dat u denkt als iemand uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Wij moeten het Tweede Vaticaans Concilie eerbiedigen als een oecumenisch concilie, maar de manier van denken die toentertijd actueel was is erg verschillend van de manier van denken nu. Op velerlei wijze gaf dit Concilie het einde aan van de moderniteit, tenminste in de Kerk. Wij zijn nu geroepen om te proberen te verstaan wat het betekent te leven in een postmodern tijdvak, dit langzaam te accepteren en dan verder te gaan met de taak te evangeliseren in een postmoderne wereld.

Het doet ons heel erg pijn als u op een kleinerende manier praat over de mensen die u “traditionalisten” noemt en die u wegzet als mensen die bezeten zijn van het verleden, enghartig en liefdeloos. Er zijn er misschien enkelen bij wie de beeld past maar de mensen die ik ken en die houden van de Heilige Traditie van de Kerk zijn verre van bezeten van het verleden maar daarentegen levendig bezorgd om de toekomst van de Kerk en verlangen er helemaal niet naar te leven in het gouden tijdperk van de Kerk dat nooit bestaan heeft. Deze mannen en vrouwen, met daaronder bisschoppen, priester, diakens en leken zijn heel gelukkig dat ze mogen leven in de wereld van vandaag met zijn speciale uitdagingen en zij proberen het evangelie van Jezus Christus en de Heilige Traditie die deze leer belichaamt en die ons van de apostelen is overgeleverd te brengen in deze postmoderne wereld.

U lijkt, heilige vader, niet te beseffen dat anders dan de moderne wereld die met zijn rationalisme en zijn vooroordelen tegen de traditie voorbij is,  de jongeren in de postmoderne wereld oprecht geïnteresseerd zijn in de Traditie en gefascineerd zijn door hun ervaring met die Traditie of het nu in de kunst is, in de architectuur, in de muziek of in de traditionele liturgie van de Kerk. Het probleem is dat het Tweede Vaticaans Concilie een liturgie heeft opgeleverd die de vrucht is van de moderne tijd. Dat is al weer afgezaagd in de postmoderne wereld. Als u een bezoek zou brengen aan de seminaries in dit land, dan zou u merken dat een meerderheid van onze seminaristen heel positief staat tegenover de traditionele Mis die in de jaren na het Concilie verboden was. Zij sjouwen niet de bagage met zich mee die u en ik met ons mee sjouwen vanuit de revolutie van de jaren zestig. De jonge mensen nu zijn als een onbeschreven blad en dat is hun voordeel. Zij zien schoonheid in de Traditie, ze worden ertoe aangetrokken en verbazen er zich over waarom deze schoonheid door de meeste katholieken vandaag de dag niet wordt ervaren.

Juist in een tijd dat de eenheid van de katholieke Kerk van binnen en van buiten wordt bedreigd, hebt u de dreiging feitelijk vergroot door uw recente verandering van het canonieke recht waarin u macht geeft aan de Bisschoppenconferenties om hun eigen aanpassingen te maken in de liturgie van de Mis. We zullen niet alleen verdeeld zijn door taal, we zullen weldra verdeeld zijn door de ritus van de Mis zelf. U hebt gelijk dat u probeert de liturgie te bevrijden van de bureaucratie  van de Romeinse Congregaties. Want de liturgische Traditie kan geen organische groei beleven als de liturgie wordt gereduceerd tot rubrieken en recht. Maar de weg die u nu volgt bedreigt de eenheid van de Kerk zelf. De Mis moet niet gebruikt worden als een instrument van die “inculturatie” die de obsessie was van de moderne Kerk van het verleden.

Beste paus Franciscus:  ik bid dat u zult denken aan wat ik in deze brief heb gezegd zult nadenken over manieren om uit te vinden waar uw kudde echt is in de wereld van vandaag. Dat zult u niet kunnen als u zich omringt met mensen die nog steeds leven in de zestiger jaren. Wees niet bang de Heilige Traditie van de Kerk te omarmen. Die omarming zal u een gelukkig man maken en een wijze bisschop van Rome.

In kinderlijke genegenheid

fr. Richard Gennaro Cipolla

(Hij is priester van bisdom Bridgeport CT USA. Hij is gehuwd en vader van twee kinderen. Hij is afkomstig uit de Episcopaalse (Anglicaanse) Kerk en na zijn overgang katholiek priester gewijd)


Tekenen van hoop

Hierbij een heel aantal tekenen van hoop, van moedige Nederlandse priesters en bisschoppen die de Kerk en haar leer verdedigen.

Pastoor wordt lastig gevallen omdat hij kerkelijke regels houdt

Moedige pastoor weigert kerkelijke uitvaart na euthanasie

Pastoor Sint-Michielsgestel waarschuwt afvalligen voor naderend onheil

Mennen in nachtmis kritisch op homohuwelijk en abortus

Lang leve kardinaal Eijk die de kerk huis van God beschermd !!

Filmopnames homohuwelijk mogen niet in katholieke kerk

Pastoor weigert opnamen in de kerk

Oorlog of vrede

Waar is de duivel?








Kardinaal Eijk stelt voorwaarden

dinsdag 3 oktober 2017

Creationisme officiële leer van Rooms-Katholieke Kerk

Prof. dr. Benno Zuiddam

De laatste drie pausen hebben zich positief uitgelaten over de evolutietheorie. Toch is de Rooms-Katholieke Kerk officieel het creationisme toegedaan en dat zal zo blijven, stelt prof. dr. Benno Zuiddam.

Heeft paus Franciscus heimelijk afgerekend met het Bijbelse scheppingsverhaal? Is er een nieuwe officiële leer van de kerk die Genesis beziet door de bril van de evolutietheorie? Het korte antwoord op deze vragen: nee.

Er is regelmatig verwarring over de scheppingsleer van de Rooms-Katholieke Kerk. De media helpen daaraan mee. Zodra de paus iets zegt wat progressief lijkt, wordt het opgeblazen. Toen Franciscus in 2014 zei dat de big bang en evolutie prima samengaan met het Bijbelse scheppingverhaal, leverde dat allerlei sensationele krantenkoppen op. De paus zou in het kamp van de evolutionisten zijn geland. Toch zei de paus niets anders dan zijn twee voorgangers al eerder hadden gedaan. Eigenlijk paste wat Franciscus inhoudelijk zei niet bij evolutie maar bij intelligent design. Daarover bleven de media echter stil. Men gebruikt deze paus graag voor de eigen agenda.

Nu is het inderdaad zo dat de laatste drie pausen uitspraken hebben gedaan die neigen naar het theïstisch evolutionisme. In een lezing in 1996 sprak Johannes Paulus II positieve woorden over evolutie als wetenschappelijk feit. Wat de media toen verzwegen, was dat de paus het over kosmologische evolutie had (natuurwetenschappelijke ontwikkeling van het universum). Over evolutie in biologische zin was Johannes Paulus II uiterst terughoudend en vooral kritisch. Zijn opvolger Benedictus XVI was gewoonlijk zeer diplomatiek in zijn taalgebruik en benadrukte dat evolutie een hypothese is die zijn functie vooral heeft als pragmatische theorie voor toetsbare verschijnselen.

Deze verschuiving in het persoonlijk spreken van de laatste drie hoofdbewoners van het Vaticaan heeft mede te maken met de druk van uit hun omgeving. Met name de jezuïetenorde, die grotendeels het rooms-katholieke onderwijs beheerst, speelt hierin een grote rol. Uit hun gelederen kwam Georges Lemaître, de briljante Belgische uitvinder van de big bang. Ook Pierre Teilhard de Chardin, die met zijn synthese van het christelijk geloof en de evolutietheorie veel invloed had, was jezuïet.
Verder is het voor buitenstaanders belangrijk om te beseffen dat in de Rooms-Katholieke Kerk een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen de persoonlijke mening van een paus en officiële uitspraken die hij doet als vertegenwoordiger van Christus, het magisterium. Historisch en dogmatisch gesproken is het magisterium van de Roomse Kerk het creationisme toegedaan.

De meest gedetailleerde leeruitspraak dateert van ruim honderd jaar geleden (1909). Toen sprak de Pauselijke Bijbelcommissie zich uit over de eerste hoofdstukken van Genesis. Samen met relevante gedeelten uit de encycliek Humani Generis vormt dit de laatste gezaghebbende leeruitspraak van de kerk over de evolutietheorie en Genesis. Elke rooms-katholiek die dit openlijk betwijfelt, belaadt zich krachtens een pauselijke ex-cathedra-uitspraak uit 1907 met ”culpa gravi”, ofwel doodzonde.

Jonge aarde

In navolging van de apostelen, kerkvaders en concilies leert de Rooms-Katholieke Kerk dat de eerste drie hoofdstukken van Genesis een letterlijke en historische betekenis hebben. Specifiek moet elke katholiek aanvaarden als geschiedenis: de onmiddellijke schepping van de mens, de schepping van Eva uit Adam en het letterlijk gebeuren van de zondeval, de rol van de slang ingesloten. Exegeten zijn echter vrij in hun interpretatie van het woord ”dag” in Genesis. Zowel de eigenlijke (sensu proprio) als oneigenlijke betekenis (sensu improprio) is toelaatbaar, mits aan de eerder genoemde voorwaarden voldaan is.

Belangrijk is dat de Pauselijke Bijbelcommissie vaststelde dat de kerkvaders nagenoeg unaniem zijn in hun letterlijke interpretatie van Genesis 1-3 als een historisch gebeuren. Allen geloofden in een jonge aarde. Deze lijn werd voortgezet door het vierde Lateraans Concilie. De grootste geleerde van de middeleeuwen, Thomas van Aquino, leerde specifiek sensu proprio.

Deze opvatting bleef algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk tot in de twintigste eeuw. Toen begonnen prominente wetenschappers, zoals De Chardin, mythologie in de Bijbelwetenschappen en darwinisme elders te promoten. Toch bleven de uitspraken van de Bijbelcommissie de officiële leer van de kerk. Dat bleek in 1948, toen de Franse kardinaal Suhard probeerde om de pauselijke uitspraken over Genesis te laten intrekken. Daarvan wilde het Vaticaan geenszins weten.

Voorzichtig

De persoonlijke uitspraken van de laatste drie pausen ten gunste van theïstisch evolutionisme geven de indruk dat zij inderdaad niet langer volledig de uitspraken van de Bijbelcommissie geloven. Een goede paus maakt echter onderscheid tussen dat waar hij persoonlijk geloof aan hecht en dat wat de doorgaande en gezaghebbende leer van de apostolische kerk is. De oude leer wordt niet openlijk ontkend –welke paus wil zich trouwens schuldig maken aan doodzonde?– en men hoedt zich ervoor om niet aan voorbijgaande wetenschappelijke theorieën de status van feit of dogma te geven.

Daar zijn goede redenen voor. Als evolutie Gods scheppingsmechanisme was, dan was er voor de erfzonde geen plaats meer. Wie theïstisch evolutiegeloof aanhangt en consequent wil zijn, moet uiteindelijk zijn godsbeeld bijstellen. De god van het theïstisch evolutionisme voltrekt zijn schepping langs de weg van een eindeloze hel van lijden, dood en verderf, waaruit uiteindelijk na biljoenen jaren de mens opstaat. Op zijn best stopt God zielen in ellendige humanoïden die een kansloos begin moeten maken in een wereld die reeds lang onderworpen was aan een kosmische vloek. Dat staat theologisch mijlenver af van Genesis en de liefdevolle Vader, Die sprak dat het zeer goed was.

Het is niet te verwachten dat de officiële rooms-katholieke scheppingsleer wordt herzien. De kerk heeft daar behalve goede theologische argumenten ook kerkrechtelijke redenen voor. De scheppingsleer is niet alleen gekoppeld aan het gezag van de Schrift en de unanimiteit van de kerkvaders, maar ook aan de uitspraken van meerdere concilies en het magisterium van de kerk.
Inderdaad, creationisme is soms roomser dan de paus.

Meer informatie op: https://zuiddam.wordpress.com/2017/09/28/catholic-confusion-on-creation/

maandag 2 oktober 2017

Joseph Ratzinger over kritiek hebben op de paus

“Het geloof is gebaseerd op de objectieve gegevens van de Schrift en het dogma, die in donkere tijden angstaanjagend kunnen verdwijnen uit het bewustzijn van een (statistisch) tamelijk groot deel van de christenheid, zonder dat zij op enigerlei wijze hun bindend karakter verliezen.

In dit geval kan en zou het woord van de paus zeker moeten ingaan tegen de statistiek en tegen de macht van een publieke opinie, die met kracht pretendeert de enige geldige te zijn; en dit moet even vastbesloten gedaan worden als het getuigenis van de traditie helder is (zoals in het betreffende geval).

Aan de andere kant zal kritiek op pauselijke uitspraken mogelijk zijn en zelfs noodzakelijk, in de mate waarin ze een grondslag in de Schrift en de geloofsbelijdenis, dat is het geloof van de hele Kerk, missen.”

Das neue Volk Gottes: Entwürfe zur Ekklesiologie, (Düsseldorf : Patmos, 1972) p. 144.

Fede, ragione, verità e amore, (Lindau 2009), p. 400.